Betrouwbare informatie over onderwijs op afstand en weer op school

Cameragebruik bij les op afstand

Tijdens regulier onderwijs in schoolgebouwen hebben leraar en leerling regelmatig face-to-face contact. Als leraar krijg je op die manier een aanvullend beeld van de onderwijskundige voortgang van elke leerling, naast zijn of haar toetsresultaten. Toch heb je ook tijdens een fysieke les niet voortdurend met elke leerling face-to-face contact, je moet immers de hele klas in de gaten houden. In de klas gelden daarom specifieke gedragsregels, zodat je leerlingen kunt aanspreken op ordeverstorend gedrag. 

Mag je bij onderwijs op afstand de webcam of camera van de leerling gebruiken voor het nabootsen van de reguliere klassituatie?

Allereerst moet je vaststellen wat het doel van de les op afstand is en of het daarvoor nodig is dat de leerlingen in beeld zijn. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om de leerling te zien om de aanwezigheid te registreren. Verder kan het voor het uitvoeren van goed onderwijs belangrijk zijn dat de leerlingen in beeld zijn, bijvoorbeeld bij een interactieve les, om de leerlingen goed te kunnen begeleiden of als leerlingen met elkaar moeten samenwerken. Het is dus mogelijk om leerlingen te verplichten om hun camera aan te zetten en de professional (leraar) bepaalt of en wanneer dit noodzakelijk is.

Aandachtspunten:

  1. Instrueer leerlingen goed over wat ze zelf kunnen doen om de impact op hun privacy te beperken, bijvoorbeeld door het instellen of vervagen van de achtergrond.
  2. Als leerlingen bezwaren hebben, dan ga je met ze in gesprek en zoek je naar een oplossing.
  3. Bedenk dat de camera ook niet de gehele les aan hoeft te staan, maar alleen als de leraar dat noodzakelijk vindt en er om vraagt.
  4. Zorg dat er binnen de onderwijsinstelling duidelijke regels/gedragscodes voor leerlingen zijn met een verbod op het maken van opnames en (dus ook) het bewerken en plaatsen van materiaal op social media etc. Een onderwijsinstelling kan leraren hierbij ondersteunen door een standaarddocument te maken met een samenvatting van de regels, dat leraren bij de start van de les aan de leerlingen kunnen laten zien.

Camera voor het controleren van presentie

Een school heeft de wettelijk verplichting om aanwezigheid bij de les te controleren en te registreren. In de digitale omgeving is het mogelijk om dit middels een combinatie van beeld en geluid en/of door middel van de chatfunctie te doen. Omdat de controle met stem of chat alleen onvoldoende kan zijn om vast te stellen dat een leerling zelf aanwezig is, kan een onderwijsinstelling besluiten dat de leraren door middel van beeld moeten controleren of de juiste persoon aan de les meedoet. De leraar mag de leerlingen dus verplichten om – aan het begin van de les – hun camera aan te zetten om hun aanwezigheid te registreren.

Aandachtspunten:

  1. Leg leerlingen uit waarom de camera aan het begin van de les aangezet moet worden (en daarna uitgezet wordt als dat niet langer noodzakelijk is).
  2. Zorg dat binnen de onderwijsinstelling iedereen dezelfde regels hanteert zodat er geen discussie ontstaat bij leerlingen.
  3. Maak afspraken over een procedure als de leerling meldt dat zijn camera defect is of zorg voor een alternatief voor leerlingen als zij geen laptop/telefoon met camera hebben.
  4. Bedenk dat het aanzetten van de camera aan het begin van de les, geen garantie is dat de leerling de rest van de les aanwezig is in de les.

Cameragebruik bij het streamen van lessen

Bij een gestreamde les is bijvoorbeeld de docent samen met een deel van de klas, terwijl de andere leerlingen de les volgen via een device, thuis of in een ander lokaal. Ook kan de leraar vanuit huis de les verzorgen terwijl de leerlingen de les in het klaslokaal volgen.

Bij het streamen van een les zijn er dus verschillende mogelijkheden.

Situatie 1: Leerlingen zitten in het klaslokaal, de leraar is thuis (les wordt niet opgenomen)

Vraag: Moet de leraar de leerlingen via camerabeeld(en) kunnen zien?

Antwoord: In deze situatie komt de privéomgeving van de leerlingen niet in beeld. Dit betekent dat de belangenafweging (privacy van de leerling versus de noodzaak goed onderwijs te verzorgen) uitvalt in het voordeel van die noodzaak. Ook zien de leerlingen van elkaar niets anders dan ze in een gewone lessituatie zouden doen.

Is het gebruik van de camera dus nodig voor het houden van toezicht, het handhaven van de orde of het activeren van de leerlingen? Dan kan het gebruik gerechtvaardigd worden.

De leraar zorgt voor een veilige thuiswerkplek:  

Kan de leraar verplicht worden in beeld te komen? Zie situatie 2.

Situatie 2: Leraar is in het klaslokaal, (een deel van) de leerlingen (is) zijn thuis (les wordt niet opgenomen)

Vraag: Mogen de leraar en/of de leerlingen die in het klaslokaal zijn in beeld gebracht worden?

Antwoord: Zorg bij het streamen van een les dat de leerlingen in het lokaal niet in beeld komen. Het uitzenden van hun stem is wel toegestaan.  

De leraar komt alleen in beeld als dit nodig is voor het doel van de les. De grondslag hiervoor is de overeenkomst die is gesloten tussen de onderwijsinstelling en de leraar op grond waarvan de leraar de taak heeft om goed onderwijs te verzorgen. Mocht een leraar zwaarwegende bezwaren hebben, dan is het belangrijk om met de leraar in gesprek te gaan en samen naar oplossingen te zoeken. 

Aandachtspunten:  

  1. Het moet voor de leraar duidelijk zijn wat het doel van de les is en waarom het nodig is dat hij of zij in beeld komt. 
  2. Zorg dat er binnen de instelling duidelijke regels/gedragscodes voor leerlingen zijn met een verbod op het maken van opnames en dus ook op het bewerken en plaatsen van materiaal op sociale media et cetera. Help leraren door een standaarddocument met een samenvatting van de regels beschikbaar te stellen. Dat document kunnen leraren bij de start van de les aan leerlingen laten zien. 
  3. De leraar zorgt voor een veilige werkplek: het bureau (voor zover in beeld) is leeg en alleen de documenten die de leraar deelt met leerlingen zijn in beeld.
  4. Onderwijsinstellingen moeten voor duidelijke instructies/handleidingen zorgen, zodat de docent de instellingen zo nodig zelf kan aanpassen.   

Situatie 3: De les wordt opgenomen, zodat leerlingen deze (ook) later kunnen terugkijken

Je mag online lessen opnemen als je vooraf hebt bepaald voor welk onderwijsdoel je de opname nodig hebt. Als er leerlingen in beeld komen of wanneer zij te horen zijn heb je wel hun toestemming nodig. Houd daarom bij voorkeur de leerlingen buiten beeld en verwerk hun vragen en reacties anoniem (lees die bijvoorbeeld voor vanuit de chat). 

Als het nodig is voor de bescherming van de privacy van een leerling of de leraar, moet het voor de leraar mogelijk zijn een gedeelte van de les na afloop uit de opname te knippen. 

Aandachtspunten:  

  1. Vertel vooraf aan de leerlingen dat de les wordt opgenomen, en voor welk doel. 
  2. Vertel wie toegang heeft tot de opname (wie gaat de video terugkijken). 
  3. Zorg dat de video op een veilige plek wordt opgeslagen. Gebruik daarvoor de digitale omgeving van de onderwijsinstelling. Maak géén gebruik van een usb-stick en zorg dat de video niet op een privécomputer of telefoon wordt opgeslagen. 
  4. Deel de video niet publiek (bijvoorbeeld via een publieke link of YouTube). 
  5. Bewaar de beelden niet langer dan nodig is.  
  6. Zorg dat er geen leerlingen in beeld komen: hiervoor is toestemming van iedere leerling voor nodig. Start de opname dus pas na de aanwezigheidscontrole waarbij de namen worden opgenoemd.  
  7. Leg in de gedragscode of -regels voor leerlingen vast dat zij de opnames alleen mogen bekijken voor hun schoolwerk, dus dat ze deze niet mogen opslaan, bewerken, delen via sociale media et cetera. 

Camera tijdens een-op-een contact tussen leraar en leerling

Bij een-op-een contact mag de leraar de leerling vragen de camera aan te zetten, maar hij kan dit niet verplichten. Voor de individuele begeleiding van een leerling kun je audio, e-mail of de chatfunctie gebruiken. Wanneer je toch graag een camera wil gebruiken, moet de leerling daar toestemming voor geven. Als leraar treed je met een camera namelijk de privé-omgeving van de leerling binnen. Een leerling zou daar moeite mee kunnen hebben en mag geen nadeel ondervinden van het weigeren van de toestemming. Wanneer je het, in uitzonderlijke gevallen, écht noodzakelijk vindt de leerling in beeld te krijgen, moet je dat kunnen verantwoorden als algemeen belang. De school moet dit per individueel belang kunnen motiveren.

Camera tijdens het afnemen van een toets

Bij het maken van een toets die geen onderdeel is van het examen, zijn er verschillende alternatieven om de vooruitgang van de leerling te beoordelen. Denk daarbij aan het maken van complexe(re) schrijfopdrachten (zoals werkstukken), aan digitale toetsen met gerandomiseerde vragen en antwoorden, of aan een toets waarbij de responstijd geen mogelijkheid laat voor het gebruik van boeken of telefoon.

Rol van de (G)MR

Verplicht gebruik van de camera bij toetsen moet je opnemen in het toets- of examenreglement. Hierover heeft de (G)MR instemmingsrecht.

Laatst bijgewerkt op 3 september 2020.

Terug